Sander Poppe photography
Rss Facebook Feedburner Flickr Twitter Hyves Linkedin Reader

Woordenlijst

Tip: Snel zoeken op deze pagina? Gebruik dan Ctrl+F 

  • AE: Automatische belichting van een camera.
  • AF Punt: Het punt waar de camera zich op scherpstelt.
  • Alfakanaal: Een extra laag, een grijswaardekanaal, die selecties en maskers opslaat en die vervolgens weer in een afbeelding kan worden gebruikt. Lichte beeldbewerkingspakketten ondersteunen vaak geen alfakanalen.
  • Amateurfotografie: Elke vorm van fotografie, zonder winstoogmerk.
  • APS-C: Advanced Photo System type-C. Bij een APS-C formaat is de sensor meestal gemiddeld 1/3 kleiner dan bij gewone camera’s.
  • Aperture Priority: In het Nederlands noemen wij dit diafragma, scherpte-diepte bepaling vrij vertaald.
  • APO: Apochromatische correctie. Een APO objectief is vaak gecorrigeerd op de drie kleuren rood, blauw en groen.
  • ASA: American Standards Association. Een internatitionale afspraak over belichtingssnelheid.
  • Auto Focus: automatisch scherpstellen, door de camera, van de lens.
  • Batchomzetting: Een geautomatiseerd proces om eenzelfde handeling in één keer op meerdere foto’s uit te voeren, bijvoorbeeld voor conversie van bestanden of het wijzigen van de bestandsgrootte.
  • Battery grip: Extra grip, waar meestal 2 batterijen in kunnen (en dus langer kunnen doorgaan met fotograferen.), voor meer grip en stabiliteit met zwaardere lenzen.
  • Beeldstabilisator: Een electromagnetisch systeem wat trillingen van de camera probeert te voorkomen.
  • Bestandsindeling:  Een formaat waarin de foto wordt opgeslagen: JPEG, BMP, TIFF, RAW.
  • Belichtingscompensatie: De gebruiker maakt een handmatige correctie op de automatische belichting van de camera.
  • Belichting: De belichting die invloed geet op het licht van de sensor.
  • Blauwzeem: Komt voor bijvoorbeeld bij fotograferen van sneeuw of schaduw. De witbalans juist instellen en probleem is verholpen.
  • Bracketing: Een aantal dezelfde foto’s met verschillend belichtingsniveaus.
  • Brandpuntsafstand: De afstand in mm tussen de sensor en het glaswerk van de lens.
  • Bulb Modus: Lange belichting.
  • CCD: Charge coupled Device. de lichtgevoelige chip van de camera.
  • Comprimeren: De foto (of bestand) wordt zo geavenceerd mogelijk opgeslagen zodat het ruimte bespaart.
  • Copyright: Recht van de eigenaar, niets zonder toestemming van de persoon mag gebruikt worden, zoals bijvoorbeeld mijn foto’s.
  • CMOS: Complementary Metal Oxyde Semiconductor. Een minder gangbare chip als de CCD.
  • Compact Flash: Geheugenkaart van de camera.
  • Contrast: Tegenstellingen in de fotografie. Licht – donker, Wit – zwart, etc.
  • Croppen:  Verkleinen/bijsnijden van het beeld, zodat het belangerijkte/mooiste beeld over blijft.
  • Diafragma: Diafragma is de grootte van de opening waardoor het licht door de lens schijnt. Hoe groter de opening, hoe kleiner het f getal.
  • DPI: Dots per inch (1 inch = circa 2,54 cm).
  • EXIF: Exchangeable Image file Format.Een bestand met gegevens over de foto.
  • Filter: Een soort vel dat op een foto kan worden gelegd, maar dat niet als laag wordt opgeslagen, om een effect te bereiken. Filters worden daarom ook wel effectfilters genoemd.
  • Firmware: Software versie van de camera.
  • Fish-eye: Lenzen met een kleine brandpuntafstand en een grote beeldhoek.
  • Firewire: (IEEE1394). Verbindingspoort tussen pc en randapparatuur.
  • Fotografie: Afgeleid woord uit het Grieks en betekent letterlijk schrijven met licht.
  • Focus: Het Engelse woord voor scherpte.
  • Full Frame: Is een sensor, de bekenste en te vergelijke met de klassieke 35mm filmpjes.
  • Gamma: Het kleurwaardebereik van een afbeelding dat het contrast en de helderheid definieert. Een hoge gammawaarde maakt de foto lichter, een lage waarde maakt deze donkerder.
  • Groothoeklens: Een lens met een korte afstand (meestal max. 20mm) met een groot bereik. Erg goed te gebruiken voor landschapsfotografie.
  • HDR: High Dynamic Range. Meerdere foto’s samengevoegd, met verschillende belichtingen.
  • Helderheid: De waargenomen hoeveelheid licht in de kleur (lichtintensiteit). Bij weinig licht wordt de kleur vaag en bij veel licht wordt deze helder. De helderheidswaarden lopen van 0 tot 255. De waarde 0 geeft totale duisternis (zwart) en 255 geeft volledige helderheid (wit). Een kleur is zuiver als hij een helderheidswaarde van 127 heeft.
  • Histogram: Een grafiek die de verdeling van de helderheid van een beeld laat zien.
  • Hoekzoeker: Is een zoeker die op de viewfiner geplaatst kan worden zodat het beeld met een hoek te bekijken is.
  • HSL Methode: Een kleurmethode die bestaat uit de combinatie van Hue (kleurtoon), Saturation (verzadiging) en Lightness (helderheid). Overigens wordt HSL elders soms aangeduid als HSB (Hue, Saturation en Brightness).
  • HSM: Hyper-Sonic Motor.
  • Hulplicht: Een lichtstraal, vaak rood, die omgevingslicht opmeet.
  • ISO: Gevoeligheid (zie meer onder tips en uitleg.)
  • JPEG: Joint Photographic Experts Group. Wordt meest gebruikt door fotografen. Een gecomprimeerd bestand van redelijke kwaliteit.
  • Landschap: Een gebied dat in zijn uiterlijk een geheel vormt. 
  • LCD: Liquid Crystal Display. Het schermpje achter op de camera.
  • Lichtsterkte: Is een maat voor de hoeveelheid licht die een lens doorlaat om een beeld te vormen op de sensor.
  • Macro: Foto’s van kleine onderwerpen zoals insecten en bloemen.
  • Megapixel: Een getal dat aangeeft hoeveel miljoen pixels een CCD of CMOS sensor kan opnemen.
  • Natuur: De grond, het water, de lucht en alles daarop en daarin voor zover niet door mensen geproduceerd.
  • OS: Optical Stabilizer. Deze lenzen hebben een stabilisatie in zich.
  • Pixel: PICture ELement. De puntjes waarin een afbeelding is opgebouwd.
  • Polarisatiefilter: Filter dat ongewenste reflecties elimineert en blauwe luchten blauwer en donkerder maakt.
  • Primelens: Een lens met een vaste branpuntsafstand.
  • RAW: Een ruw bestand opgenomen door de sensor. Wordt meestal gebruikt door proffesionele of gevorderde amateurfotografen.
  • Regel van derden: De regel van derden is een compositieregel in de fotografie en kan bijdragen aan een interessantere foto.
  • Resolutie: Formaat van een foto, gebouwd uit een bepaald aantal pixels.
  • RGB: Rood, groen en blauw. De primaire kleuren.
  • RUIS: Stoort het oorspronkelijk beeld. Dit komt meestal niet ten goede van de scherpheid en kleur van een foto.
  • Schaduwen: De donkerste partijen in een afbeelding.
  • Scherptediepte: Scherptediepte is het gedeelte op de foto dat scherp is afgebeeld. Zie ook Diafragma.
  • Sluitertijd: De tijd die jij bepaalt om een foto te maken. Formule: XXXmm staat tot 1/XXX sluitertijd.
  • Spotmeting: Alleen het echte geselecteerde meetpunt voor de belichting te meten.
  • Spiegelreflex: Is een mechanisme in de camera waarbij door middel van spiegels en prisma’s door de zoeker gezien kan worden wat de lens ziet.
  • Statief: Voorkomt trillingen als buiten foto’s maakt.
  • Strijklicht: dat zijwaarts (bijna parallel) op het onderwerp van de foto valt.
  • TIFF: Tagged Image File Format. Dit is een compressie techniek waarbij (in tegenstelling tot JPEG) geen informatie verloren gaat.
  • Thumbnail: De miniatuurversie van een foto. Wordt vooral gebruikt voor een gallery op de site.
  • Verzadeging: Een maat van zuiverheid van kleurigheid van een bepaalde kleur.
  • Vignettering: Het onvolledig doorlaten van schuine lichtbundels door objectief begrenzing, waardoor de lichtsterkte aan de rand van het beeld minder wordt.
  • Witbalans: Een kleur correctie, handmatigtoegepast om wit echt wit te laten zijn op een foto.
  • Zoeker: Een venster waardoor je object kan zien wat je fotograferen. 

Mist u woorden? Laat het mij weten via het contactformulier. Alvast bedankt!